06-05-14

PVDA thuis in de LHBT-beweging

Tijdens deze verkiezingscampagne hebben bijna alle politieke partijen van enige omvang het over holebi- en transgenderrechten. "Stem op ons, wij zorgen dat uw rechten gerealiseerd worden" klinkt het bijna unisono op allerlei fora en debatten. Je zou bijna vergeten dat die strijd begonnen is als een linkse strijd  tegen het conservatisme van de meeste andere partijen in, en dat eigenlijk nog altijd is. Een strijd waarin de PVDA haar progressieve rol heeft gespeeld.

Kris Merckx_Wouter_Zohra_pride2013.jpgPVDA-verkozenen Kris Merckx, Wouter Van Damme en Zohra Othman dragen mee de regenboogvlag tijdens Antwerp Pride 2013


 

Karl_Heinrich_Ulrichs_0001.jpgDe Pioniers

Karl Heinrich Ulrichs (Duitsland, 1825-1865) stuurde een exemplaar van zijn boek met de theorie van het 'derde geslacht' naar Karl Marx en Friedrich Engels. In 1920 legde Albert Jan Luikinga (Nederland, 1892-1966) voor het eerst een verbinding tussen socialisme en homoseksualiteit, waarvoor toen nog de term 'uranisme' gebruikt werd. Hij schreef:  "Een eigenaardig wanbegrip is ook, dat het uranisme een gevolg zou zijn van overbeschaving, van al te grote, overdadige weelde (...) waaraan zich vooral die personen overgeven, welke niet hebben te werken om den brode." Deze opvatting maakte met name in Duitsland opgang, gestimuleerd door de schandaalprocessen tegen industriëlen en hooggeplaatste edelen. De meer intellectuele variant van deze theorie, die homoseksualiteit niet toeschreef aan bepaalde klassen, maar aan het kapitalistisch systeem, wordt door Luikinga weerlegd. Het minderheidsdenken vormt het fundament voor de politieke eisen: maatschappelijke tolerantie en juridische gelijkstelling.Magnus Hirschfeld_0001.jpg Magnus Hirschfeld (Duitsland, 1868-1934) lanceerde een petitie tegen de bestraffing van homoseksualiteit en kreeg daarbij de steun van communisten en socialisten. Hirschfeld zou een zware tol betalen voor zijn activisme. In de nazi-propagandafilm 'Der Ewige Jude' wordt hij genoemd als vijand van het Duitse volk, als jood én als homo. Op 6 mei 1933 werd zijn Institut für Sexualwissenshaft in Berlijn geplunderd en in brand gestoken. Hij overleed in Franse ballingschap.

Deze opsomming van pioniers is verre van volledig. Wie meer wil weten kan ik het boek  'Pijlen van Naamloze Liefde' (Uitgeverij Sua, 1988) aanraden.

Een vrouw neemt het initiatief

Suzan Daniel_0001.jpgDe activiteiten in Nederland en Duitsland inspireren ook Belgische activisten. Historisch en uniek hierbij is de rol van Suzan Daniel (naar wie het Fonds Suzan Daniel genoemd is dat zich bezighoudt met het archiveren van materiaal van de LHBT-beweging). In 1953 richtte ze het Cultuurcentrum België (CCB) op. De naam verwees bewust niet naar het holebithema, om de maatschappij niet te choqueren. Het initiatief was echter geen lang leven beschoren. Het is in internationaal opzicht uniek dat de beweging in België een vrouw als pionier had, waar dit in andere landen vrijwel altijd mannen waren. Een rol die haar door sommige mannen niet in dank werd afgenomen.  Stonewall_riots.jpgStonewall 1969

De strijd wordt links(er)

Terwijl de pioniers in de luwte en vooral via publicaties en discrete contacten werkten sloeg dit helemaal om op het einde van de jaren '60 van vorige eeuw. De Stonewall-rellen in New York staan symbool voor een radicalisering die decennia lang zou doorwerken. Ze vonden eind juni 1969 plaats in de wijk Greenwich Village bij de ontruiming van de homobar The Stonewall Inn door de politie. Eén jaar na de hevige rassenrellen in de VS was het de beurt aan holebi's en transgenders om in opstand te komen. De nieuwe generatie activisten liet zich inspireren door de studenten- en arbeidersopstanden die men gemakshalve onder het begrip 'mei '68' groepeert. De beweging had de megafoon en de spandoeken ontdekt en zou die blijven gebruiken. Het links-progressieve karakter kwam er niet enkel omdat de beweging door linkse militanten werd gedragen en gestuurd. De eisen van de beweging werden vrij snel ook bestreden door rechtse en extreem-rechtse politieke stromingen die zich tegen de arbeidersbeweging keren en ook tegen legalisering van abortus en euthanasie. Men besliste de stonewallrellen jaarlijks te herdenken door het organiseren van Pride optochten. Eerst gebeurde dat enkel in de VS maar ook in West-Europa kwam de op linkse leest geschoeide beweging enkele jaren later op gang in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Gay Liberation Front_13090_2.jpg

België

De linkse LHBT-beweging zal tijdens de eerste fase vooral vorm krijgen in Vlaanderen en Brussel. In 1973 werd De Rooie Hond opgericht door enkel Gentse studenten die zich niet meer thuis voelden in de toen bestaande Gentse Studentenwerkgroep Homofilie. Ze publiceerden twee nummers van hun tijdschrift 'De Plaag'.

Rapport contre la normalité_52a1a1.jpg

Met hun naamgeving speelden ze in op het cliché dat homoseksualiteit besmettelijk zou zijn. Door te weigeren mee te stappen in een poging om dit te 'weerleggen' maar juist op een provocerende manier te 'bevestigen' bakenden ze zich af van de bestaande en zeer voorzichtige LHBT-beweging. Een beweging die toen trouwens hoofdzakelijk uit mannen bestond. Belangrijkste verdienste van de Rooie Hond, die slechts enkele maanden bestond, was het vertalen en publiceren van het Rapport contre la normalité van het Franse Front Homosexuel d'Action Révolutionnaire (FHAR). In Frankrijk was de discussie volop aan de gang over hoe linkse, organisaties dienden om te gaan met (militante) homoseksualiteit.

De Rooie Vlinder

Eind 1976 werd De Rooie Vlinder opgericht. Enkele oprichters kwamen uit linkse organisaties (vooral anarchistisch en trotskistisch georiënteerd) die niet tevreden waren met de manier waarop daar naar homoseksualiteit werd gekeken. "Ze voelden zich geïsoleerd omdat hun onderdrukking als homo er werd genegeerd" schrijven de auteurs van 'Een Ander Strand', het boek dat in 1982 over de Rooie Vlinder zou worden uitgegeven bij uitgeverij EPO. Ze verschilden op drie punten van de tot dan toe bestaande LHBT-beweging. Ze formuleerden dit als volgt.

1. Wij zijn homo's en wij gaan niet langer met ons laten sollen.

2. Wij zijn feministisch, want wij strijden tegen het patriarchaat.

3. Wij zijn links, want wij verzetten ons tegen de onderdrukking van het kapitalisme en wij verklaren ons solidair met alle verdrukten.

Met de slogan "Wij willen geen plaatsje onder de zon, wij willen een ander strand” maakte De Rooie Vlinder duidelijk voor een maatschappij te kiezen zonder uitbuiting en discriminatie. 

De Rooie Vlinder_cc83.jpgSpandoek van De Rooie Vlinder: "Homo's en vrouwen tegen Mannelijkheidswaan"

De Rooie Vlinder en Amada

Van openlijke, militante holebi's en transgenders was er in die periode nauwelijks sprake in Amada (Alle Macht aan de Arbeiders), zoals de PVDA toen heette. Uit de kast komen was toen allesbehalve evident en als men dat al deed verbond men dat ook als linkse militant niet vanzelfsprekend met een politiek project zoals De Rooie Vlinder. Bovendien was er in die tijd een zeer grote afstand tussen de militanten van Amada enerzijds en de militanten van de trotskistische RAL (Revolutionaire Arbeidersliga, intussen omgedoopt tot SAP) en anarchistische groepen. Zoals gezegd bestond De Rooie Vlinder vooral uit mensen die in deze milieus actief waren.

Dat betekende echter niet dat er vanuit Amada geen solidariteit was als daarom gevraagd werd. Kris Merckx en Ludo Martens ondertekenden hun eerste petitie rond LHBT-rechten in 1979. Naarmate er in de PVDA holebi's uit de kast kwamen vergrootte ook de aandacht voor het thema. Meer hierover in het artikel PVDA: Rood en Roze. Het cliché dat communisten homoseksualiteit als 'kapitalistische decadentie' beschouwden klopte niet bij de PVDA. De oprichters van de partij kwamen immers uit de mei '68-beweging en daar zat ook een flink stuk seksuele bevrijding in. Het was dan wel geen actiepunt in die tijd, men wist zeer goed dat de strijd van holebi's en transgenders een sociale strijd is die moest gesteund worden.

Van De Rooie Vlinder naar het Roze Aktiefront

RAF_169250981.jpgDe stempel die De Rooie Vlinder (1976-1981) op het activisme rond homoseksualiteit drukte komt nog het sterkst tot uiting in het feit dat men jaren na het ontbinden van de groep het nog steeds over 'Roze Vlinders' had, terwijl men eigenlijk het Roze Aktiefront (platform) (RAF, 1981-2000) bedoelde. Het RAF werd mee opgericht door een aantal ex-leden van de Rooie Vlinder. De aanwezigheid en invloed van PVDA-leden was aanzienlijk in het RAF, dat vaak als een PVDA-organisatie bestempeld werd, terwijl het dat nooit is geweest. De acties van de eerste tien jaar van het RAF vind je hier gedocumenteerd.

Het RAF legde nog méér de nadruk op solidariteit met andere vormen van strijd. RAF-spandoeken waren te zien op manifestaties tegen racisme, voor vrouwenrechten, tegen de jeugdwerkloosheid, tegen fabriekssluitingen. Er kwam ook samenwerking met de Franstalige LHBT-beweging rond de pride en de strijd tegen gevallen van discriminatie in Wallonië en Brussel (zoals de sluiting van twee homosauna's het ontslag van de lesbische lerares Eliane Morissens). Een van de belangrijkste strijdpunten van het RAF was het opnieuw op straat brengen van holebi's en transgenders rond een eisenplatform. Dat lukte voor het eerst op 5 mei 1990. Kris Merckx leidde toen de PVDA-delegatie. Het RAF ging ook de moeilijk thema's niet uit de weg: hiv, outing. Het RAF – dat hoofdzakelijk uit mannen bestond – werkte ook samen met lesbiennegroepen zoals het Lesbies Doefront.Comac_Pride_2013_169615689.jpgComac, de jongerenorganisatie van de PVDA, op de Pride in 2013

PVDA-holebi's en -transgenders komen uit de kast en gooien zich in de strijd

In de loop van de jaren '80 waren een aantal PVDA'ers actief geworden in de strijd voor LHBT-rechten. Yvan Brys, Dirk Van Dyck, Gerdi Cracco en Korneel Larnout werkten mee in het RAF. Maggy Doumen was actief in een comité rond Lili Huybrechts, een lesbische moeder die het hoederecht over haar kinderen geweigerd was nadat ze met een vrouw was gaan samenwonen. Mieke Van Overveldt kwam als een van de eerste lesbische moeders op TV en An Buelens zette haar schouders onder de L-Day (Lesbiennedag). De trend om mensen als LHBT-activisten op de PVDA-verkiezingslijsten te plaatsen zette zich door en ook in de PVDAverkiezingsprogramma's komt dit tot uiting. De aanwezigheid van de PVDA op de pride was gedurende enkele jaren problematisch, maar werd hernomen door COMAC (Brussel, 2012 en 2013 en een delegatie in Parijs in 2013 op een manifestatie voor de openstelling van het huwelijk) en de Antwerpse partijafdeling (Antwerp Pride, 2012 en 2013). Ook de eerste verkozenen bekommeren zich stilaan om het lot van holebi's en transgenders. Naar aanleiding van de moord op Ihsane Jarfi pleit  PVDA-gemeenteraadslid Raoul Hedebouw voor het aanbrengen van een gedenksteen in Luik. PVDA-districtsschepen Zohra Othman en andere Antwerpse verkozenen dragen voor het eerst mee de regenboogvlag op de Antwerp Pride van 2013.

De toekomst is links, ook voor de Holebitransgenderbeweging

verkiezingen 2014,pvdaLinkse holebi- en transgenderactvisten - al dan niet aangesloten bij de PVDA - hebben dus nog altijd een rol te spelen in de LHBT-beweging. Stilaan zie je dat ook opnieuw gebeuren. Net zoals in de beginjaren van de beweging wordt de analyse gemaakt dat het dwaas is om zich te beperken tot holebi- en transgenderrechten. Gooien we die oogkleppen niet af dan loopt onze strijd vast en wordt vaker en vaker gerecupereerd door politici die ons voor een rechtse en racistische kar proberen te spannen. Onze strijd verbinden met die van andere onderdrukten staat opnieuw op de agenda. 

Een overzicht van de LHBT-kandidaten op de PVDA-lijsten staat volgende week online.

De PVDA werkte voor haar verkiezingsprogramma een hoofdstuk uit over holebi- en transgenderrechten. Leden van de PVDA en haar jongerenorganisatie COMAC waren vertegenwoordigd op de herinneringsbijeenkomst rond Ihsane Jarfi.

verkiezingen 2014,pvdaverkiezingen 2014,pvda 

De commentaren zijn gesloten.